Sep 072012
 
acer_betouch_e110

acer_betouch_e110De voorwaarden voor een voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) worden verstrengd. Dat heeft het kernkabinet vandaag bekendgemaakt. De nieuwe regels hebben betrekking op gevangenen gestraft met 30 jaar of levenslang. Ook kan een bijkomende “beveiligingsperiode” worden opgelegd door een strafuitvoeringsrechter.

Tot nog toe kwamen gevangenen veroordeeld tot 30 jaar of levenslang, in aanmerking voor een voorwaardelijke invrijheidstelling nadat zij één derde van hun straf hadden uitgezeten. Voor recidivisten was dat twee derde.

Het kernkabinet heeft vandaag besloten die termijnen op te trekken. Nu zullen langgestraften minstens de helft van hun straf moeten uitzitten voor zij een procedure voor een VI kunnen opstarten. Veelplegers dienen drie vierde van hun straftijd te doorlopen. Ook correctionele straffen vanaf drie jaar zullen in de toekomst voor recidive kunnen worden meegerekend bij zware misdaden.

Bovendien zal de procedure tot een voorwaardelijke invrijheidstelling pas opgestart worden, indien de gedetineerde hier zelf om vraagt. Dat gebeurt nu automatisch, ook als de gevangene daar niet om vraagt.
Beveiligingsperiode

Deze wetswijziging zal vanaf de publicatie in het Staatsblad gelden voor wie nog moet worden veroordeeld. Daarna komen de aanpassingen aan de procedure voor de voorwaardelijke invrijheidstelling, die ook zullen gelden voor wie al een veroordeling opliep.

Voor wie een straf kreeg van 30 jaar of levenslang, zal de procedure voor de strafuitvoeringsrechtbank pas van start kunnen gaan indien zowel het openbaar ministerie als de gevangenisdirecteur een positief advies geeft.

Voor wie werd veroordeeld tot 30 jaar cel of levenslang en een terbeschikkingstelling van de regering, zullen de rechters van de strafuitvoeringsrechtbank een unanieme beslissing moeten nemen alvorens de veroordeelde voorwaardelijk vrij kan komen.

Het meest heikele punt in het akkoord van het kernkabinet betreft de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen “bijkomende beveiligingsperiode” op te leggen.

Een strafuitvoeringsrechter (en dus niet de rechter ten gronde) kan oordelen dat een gevangene nog een bijkomende tijd in de gevangenis moet verblijven, ondanks dat hij of zij in aanmerking komt voor een VI. De strafuitvoeringsrechter zal dan rekening houden met het gedrag en de evolutie van de gedetineerde. De rechter zal zich hierbij ook laten adviseren door de psychiater en de gevangenisdirectie.

Er zal ook een beroep van het parket mogelijk zijn tegen de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank over de invulling van de terbeschikkingstelling.
Rol van het slachtoffer

 Posted by at 12:07 pm

Sorry, the comment form is closed at this time.